Artikel ‘Filosoferen over geluk’

Nieuw in de Raad van Toezicht SLF: Ger Groot

maandag 9 jul. 2012 • Category:   Filosoferen over geluk

In juni 2012 is filosoof, essayist en criticus prof. dr. Ger Groot (1954) toegetreden tot onze Raad van Toezicht. Door deze inhoudelijke versterking van formaat zal de Raad ons nóg beter kunnen ondersteunen in het realiseren van onze doelstelling: het bevorderen van filosofische gespreksvoering.

Ger Groot doceert filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hij zich vooral bezighoudt met cultuurfilosofie en wijsgerige antropologie. Hij promoveerde er in 2003 op de studie Vier ongemakkelijke filosofen: Nietzsche, Cioran, Bataille, Derrida. Sinds 2009 is Ger Groot tevens bijzonder hoogleraar Filosofie en literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast publiceert hij veelvuldig beschouwingen, boekbesprekingen en opiniestukken in dag- en weekbladen en culturele tijdschriften.

Zijn meest recente boeken zijn Het krediet van het credo: godsdienst, ongeloof, katholicisme (2006), De gelukkigste illusies: over kwaad en verlossing (2008), Papierverwerkende industrie: lezen als beroep (2009) en Vergeten te bestaan: echte fictie en het fictieve ik (2010). Ger Groot verzendt maandelijks een e-mail met verzamelde publicaties. U kunt een abonnement aanvragen via ger.groot@skynet.be. Hij is op twitter te volgen onder @GrootGer.

Lees in onze statuten wat de Raad van Toezicht doet.

21 juni 2012



Uitspraak van de week

woensdag 23 dec. 2009 • Category:   Beroemde uitspraken, Filosoferen over geluk

Vrijheid heeft geen bron. Vrijheden zijn een waarde in zichzelf. Je moet mensen dus laten zien hoeveel het betekent dat ze mogen deelnemen op elk politiek niveau, van lokaal tot nationaal.

Agnes Heller

Agnes Heller (1929)
Filosofie Magazine februari 2017

 

 

 

 



Filosoferen over geluk

woensdag 23 dec. 2009 • Category:   Filosoferen over geluk

 

Dit artikel is gepubliceerd in de J/M voor ouders in juli/augustus 2008
92 J/M juli-augustus 2008

‘Pech? Dan moet je even
wachten op geluk’

Wat is ongeluk eigenlijk? Een mooi onderwerp voor een filosofieles op school.Filosoof Rudolf Kampers praatte met leerlingen uit groep 3, 4 en 5 overpech en ongeluk. Om bij dit onderwerp uit te komen, vroegen ze zich eerst af: wat is geluk? Een reportage.

Tekst: Marilse Eerkens | Fotografie: Marcel Bakker

 

J/M juli-augustus 2008 93

 

OK jongens, we beginnen zoals altijd met een concentratieoefening’, zegt filosoof Rudolf Kampers tegen ongeveer twintig leerlingen van groep drie, vier en vijf van basisschool de Weidevogel in Ransdorp. ‘We leggen zo meteen even onze handen op onze knieën en doen onze ogen dicht en denken anderhalve minuut lang aan aan deze rode merkstift.’ De kinderen doen allemaal braaf mee. Af en toe klinkt er een hoest, een nies en een onderdrukt gegiechel. ‘Nog een half minuutje’, zegt Kampers. En dan: ‘ OK, wie is het gelukt? Best lang hè, anderhalve minuut? Wisten jullie dat dit soort oefeningen je ook helpen om beter te

 

94 J/M juli-augustus 2008

Jens (8)

Ongeluk is eigenlijk het omgekeerde van geluk. Dus alles waar je gelukkig van kan worden, daar kun je, als je het niet hebt, ook ongelukkig van worden.

kunnen leren? Vervolgens pakt hij het boek Denken door Filosofie en begint voor te lezen. Het verhaal gaat over Marte die haar geluk is verloren. Terwijl ze daar over zit te treuren, ontmoet ze een marsmannetje met drie ogen die aan haar vraagt hoe haar geluk er precies uitziet. De klas moet nu giechelen. Het verhaal gaat verder. Marte kan niet precies vertellen hoe haar geluk er uitziet, maar ze denkt dat het onzichtbaar is. Gedurende het verhaal gaat ze er naar op zoek. Ze komt in zeegrotten vol kleurige vissen, zwemt met dolfijnen mee naar oude scheepswrakken, zoekt ze in het oerwoud vol tijgers en in rivieren vol krokodillen. Alles zonder resultaat. Als ze boven op een kasteel staat denkt ze het geluk bijna gevonden te hebben. Ze hoort namelijk vrolijke kinderstemmen en ziet een bruiloft. ‘Daar moet geluk zijn’, denkt ze. Maar als ze beneden is, is ze te laat. Dan besluit ze niet meer te zoeken. Ze gaat moe zitten naast het beekje bij haar huis. Op dat moment gaat er een prachtige vlinder op haar hand zitten. Deze vlinder is al een paar keer eerder voorgekomen in het verhaal, maar toen zag Marte hem niet. Nu wel: ‘Marte keek er vol bewondering naar. Toen keek ze er langs naar de stromende beek die glinsterde in het zonlicht en ze luisterde naar de vogels in de bomen boven haar. Ze haalde diep adem en rook de zachte geur van bloemen. Een glimlach kwam op haar gezicht. Ze voelde zich echt gelukkig.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilna (8)

Je wordt ongelukkig als je geen vrijheid hebt. Als je niet kunt doen wat je wel graag wilt doen.

Waar vind je geluk?

‘Wat hebben jullie geleerd van dit verhaal?’, vraagt Kampers. ‘Dat er marsmannetjes zijn met drie ogen’ , zegt een klein meisje naast hem. Kampers kijkt de groep aan. ‘Zijn jullie het daar mee eens?’ Een ander      meisje – formaat groep 3 – denkt er anders over: ‘Ik denk dat het betekent dat als je geen geluk hebt, je gewoon moet wachten tot het weer komt’. ‘Je kunt het dus niet gewoon vinden?’ vraagt Kampers.

 

 

 

 

J/M juli-augustus 2008 94

Zoe (8)

Ik word ongelukkig als ik van iemand houd en hij zegt ‘ik hou niet van je’. Zelf ben ik verliefd op Jim.

 

‘Nee’ zegt een jongetje, Marte heeft het gewoon gekregen.’ Veel kinderen zijn het er over eens dat geluk te vinden is in de natuur: ‘Ik woon in de natuur, ik heb een grote tuin, je ziet daar mooie vogels en mooie bloemen.’ ‘Ik word blij als ik de sterren zie en de maan.’ Kampers vraagt door: ‘o ja wat voel je dan?’ ‘Dan voel ik me heel erg gelukkig.’ ‘En jij?’ ‘Ik word gelukkig als ik op een groot meer aan het zeilen ben met lekker harde wind. Wat ik dan voel? Nou gewoon, ha, lekker zeilen!’ Zijn vriendje zegt een gelijksoortige ervaring te hebben in een speedboat. ‘Is dat hetzelfde’, vraagt Kampers. ‘Nee’ , zegt het jongetje van de zeilboot. ‘Ik vind het juist leuk dat de natuur er voor zorgt dat je zo hard gaat.’

 

 

Open vragen stellen

Kampers besluit een lijst te maken van allemaal dingen waar je gelukkig van kunt worden. ‘Ik was heel blij dat ik bij een turnwedstrijd nog net door mocht naar de finale’, zegt een meisje. ‘Hoe zal ik dat op het bord zetten? ‘vraagt Kampers.‘Vinden jullie dat ik kan zeggen dat je gelukkig wordt als je iets bereikt dat je graag wilt bereiken?’ De kinderen zijn het er mee eens. ‘Ik wordt gelukkig als ik iets heb teruggevonden dat ik al heel lang kwijt was’, roept een jongetje. Alles wordt samengevat en op het bord geschreven met een rode stift. Geluk is: als je blij bent, als jij of iemand anders weer beter wordt, als je iets eerlijk hebt opgebiecht, als je lekker kunt slapen, als je lekker kunt eten, als iemand iets aardigs voor je doet, als er vrienden komen op je feestje, als iemand zegt dat ‘ie van je houdt … ze kunnen eindeloos doorgaan. Af en toe wordt er door elkaar gepraat. ‘Heb jij nou gehoord wat je buurman heeft gezegd?’, vraagt Kampers aan het jongetje dat de hele tijd grappige opmerkingen tussendoor probeert te maken.

 

 

Abel (8)
Ik was heel ongelukkig toen onze voetbalkantine afbrandde. Ik moest steeds denken aan hoeveel pret ik daar had gehad en dat alle prijzen weg waren waar we zo hard voor hadden gewerkt.

 

95 J/M juli-augustus 2008

‘Ik waarschuw je nu voor de laatste keer’. Kampers legtuit waarom hij het zo belangrijk vindt dat kinderen naar elkaar luisteren. ‘Filosoferen gaat

over wat er belangrijk is in het leven en over hoe we kunnen samenleven, in welke vorm dan ook. Dat begint bij het tonen van interesse en in het aankweken van het vermogen om je te kunnen verplaatsen in een ander.’ Ouders en leraren zouden wat hem betreft daar best wat harder aan mogen trekken. Hoe? ‘Door het geven van het goede voorbeeld. We zijn als volwassenen heel erg geneigd om gesloten vragen te stellen. Ik zou iedereen willen aanraden daar eens extra op te letten. Stel voor de verandering eens een open vraag en kijk wat er gebeurt. Je zult dan zien dat niet alles zo vanzelfsprekend is als het lijkt.’

Wat maakt je ongelukkig?
Ondertussen heeft het ‘grappige’ jongetje bijval gekregen van twee klasgenoten. ‘Er heeft iemand een scheet gelaten’ zegt hij dramatisch. ‘Wordt je daar gelukkig van? ‘vraagt Kampers. ‘Nee, niet echt’, antwoordt het jongetje. ‘Wordt je er dan óngelukkig van?’ Hier moet hij even over nadenken. ‘Waar worden jullie wél ongelukkig van ?’ vraagt Kampers. ‘Ik wordt ongelukkig als iemand me knijpt’, zegt een jongen. ‘Waarom knijpt iemand eigenlijk?’, vraagt Kampers aan de groep. ‘Ik denk omdat ze zelf boos zijn’, zegt er een. ‘Is dat niet gek, zegt Kampers, ‘dat als je zelf ongelukkig bent, je iemand anders ook ongelukkig wilt maken?’ ‘Misschien willen kinderen die dat doen zich afreageren omdat hun vader en moeder niet aardig zijn of altijd ruzie maken’ zegt een ander. ‘Zouden ze zich daar dan weer iets gelukkiger van voelen? Worden ze gelukkiger van pesten of knijpen?’ vraagt Kampers. Een jongen steekt zijn vinger op. Hij wil graag duidelijk maken dat er een verschil is tussen pesten en knijpen: ‘pesten doet pijn in je hart en knijpen doet maar op een plek pijn’. ‘Is dat zo?’ vraagt Kampers. De kinderen kijken glazig en reageren niet. Sommige van hen omdat ze staan te springen om te vertellen waar zij nou zelf ongelukkig van worden. Hun vingers prikken zo hoog mogelijk in de lucht. ‘Ik word ongelukkig als mijn moeder boos is en ze me een tik op mijn wang geeft. Dan ga ik heel hard op mijn bed slaan met een kussen.’ ‘Ik word ongelukkig als – ze noemt een naam – mijn vriendin niet meer wilt zijn.’ De vriendin – of ex-vriendin- reageert fel: ‘ik was nooit echt jouw vriendin’. De concentratie ebt een beetje weg. Maar dat klopt, want het is tijd. Kampers vraagt ze nog gauw om de komende week na te denken over dingen die ze echt gelukkig maken. Dan rennen ze allemaal naar buiten.