Filosoferen over een kunstwerk: hoe pak je het aan?
Fase 1: feitelijke beschrijving
Om het blikveld te verruimen en de waarneming te scherpen vraagt de docent/gespreksleider de deelnemers naar feitelijkheden die betrekking hebben op het door hen geselecteerde kunstwerk. Naar eigen inzicht/relevantie kan hij/zij kan hier bijvoorbeeld vragen naar:
- Wie is de kunstenaar?
- Wat is de titel?
- Wat is het onderwerp?
- Wanneer is het gemaakt?
- In welke stijl/stroming valt het?
- Wat is het genre?
- In welke context staat het?
- Wat voor kunstwerk is het? (medium/techniek)
- Hoe is de compositie/vorm?
- Welke afmetingen heeft het?
- Welke kleuren zijn gebruikt?
- Hoe is het gebruik van licht?
- Hoe is het gebruik van perspectief?
- Welk gezichtspunt van jou als toeschouwer neem je in?
De docent/gespreksleider kan deze fase beginnen met de vraag ‘Wat valt je op?’
Fase 2: interpretatie/betekenis: beleving van het kunstwerk
In deze fase schrijft iedere leerling op wat het kunstwerk bij hem/haar oproept. De docent/gespreksleider kan hierbij de volgende vragen stellen:
Wat spreekt je aan? Wat spreekt je juist niet aan? (sympathie/antipathie t.o.v. het kunstwerk)
Wat is er volgens jou aan de hand in dit schilderij/kunstwerk?
Wat heeft dit kunstwerk jou te zeggen?
Wat doet dit schilderij met jou? Hoe beleef je het? Hoe ervaar je dit schilderij? Wat voel je? Welke gevoelens roept dit schilderij nog meer bij jou op? Ontroert het je?
Wat denk je bij dit kunstwerk? Welke gedachten roept dit schilderij nog meer bij je op? Roept dit kunstwerk ook fantasieën bij je op? Welke? Hoe komt dat denk je?
Zet dit kunstwerk jou aan tot bepaalde handelingen? Waarom?
Roept dit kunstwerk bepaalde (jeugd)herinneringen bij je op? Welke?
Wat zegt jouw beleving van dit kunstwerk over jezelf?
Wat is volgens jou het wonder van dit kunstwerk?
Welke titel zou je zelf aan dit kunstwerk geven?
De gespreksleider vraagt ook door en stimuleert de overige deelnemers daartoe.
Fase 3: Afronding
Het stellen van de vraag of iets mooi is of niet, kan de kunstbeleving bevorderen maar ook hinderen of zelfs tenietdoen. Mooi is een lastig, volgens sommigen ook een verwerpelijk zoniet duf begrip. Om het filosoferen over het werk af te ronden, kan de docent kiezen voor de vraag Zou je het kunstwerk willen hebben?
