Hoe filosoferen?

Een filosofisch gesprek kent de volgende structuur:

  1. De deelnemers bepalen samen met de gespreksleider het thema dat ze willen onderzoeken;
  2. De deelnemers zoeken gezamenlijk een uitgangsvraag, gerelateerd aan het thema, die aan de criteria voldoet;
  3. De deelnemers bedenken een voorbeeld/casus uit hun eigen leven/ervaring, waarin de uitgangsvraag wordt beantwoord;
  4. Een (zeer) beperkt aantal deelnemers (afhankelijk van de beschikbare tijd en animo) wordt in de gelegenheid gesteld om hun casus aan de overige deelnemers kenbaar te maken;
  5. Er wordt gezamenlijk gezocht naar onderbouwde antwoorden op de uitgangsvraag.
  6. Er wordt gezamenlijk getracht om de antwoorden bij punt 4. te herformuleren in (levens-)principes.
  7. Het filosofisch gesprek wordt geëvalueerd: Wat ging er goed, wat kon er beter? Wat hebben jullie van dit gesprek geleerd?


Tijdsduur van een filosofisch gesprek
Een filosofisch gesprek zoals hierboven beschreven duurt minimaal 30 en maximaal 60 minuten. (gemiddeld 40 – 50 minuten).

Gespreksregels voor een filosofisch gesprek
Voor een filosofisch gesprek gelden dezelfde (constitutieve en regulatieve) gespreksregels als voor een socratisch gesprek (zie hieronder).

Metagesprek(ken) tijdens een filosofisch gesprek
Tijdens een filosofisch gesprek zoals hierboven beschreven zijn er, vanwege de beperkte tijdsduur, slechts enkele kortdurende metagesprekken mogelijk.

Gespreksregels van een filosofisch gesprek:

  1. Personen nemen deel op basis van hun redelijke inzet (een eigen verlangen om tot inzicht te komen);
  2. De te onderzoeken uitgangsvraag voldoet aan de vereiste criteria;
  3. De gekozen casus voldoet aan de vereiste criteria;
  4. Abstracte uitspraken moeten worden toegelicht aan de handelingen in het gekozen voorbeeld;
  5. Er mag geen beroep worden gedaan op autoriteit: zeg wat je zelf denkt;
  6. Het gesprek kent geen hypothetische inbreng en er worden geen hypothetische vragen gesteld: wees concreet!
  7. Gespreksdeelnemers moeten naar elkaar luisteren;
  8. Er wordt gestreefd naar consensus;
  9. De socratisch gespreksleider bemoeit zich niet met de inhoud van het gesprek;
  10. Begin een vraag of opmerking niet met ‘ja, maar…’
  11. Houd geen monoloog;
  12. Denk met de ander mee; ga na of je volgt wat de ander zegt;
  13. Plaats niet onaangekondigd een opmerking in het gesprek, die niet direct met het onderzoek te maken heeft;
  14. Verduidelijk je uitspraken niet aan de hand van andere voorbeelden dan het te onderzoeken voorbeeld.

Let op! Niet ieder filosofisch gesprek is een socratisch gesprek!