Filosoferen over vrijheid

Twee belangrijke procesdoelen van het filosoferen zijn dat gespreksdeelnemers:
1) meer begrip voor elkaar krijgen;
2) meer over zichzelf en hun eigen vooronderstellingen te weten komen (ken uzelf…).

De thema’s, suggesties en vragen in deze vaste rubriek geven gespreksleiders van filosofische gesprekken concreet lesmateriaal om dat doel na te streven. Er zijn diverse mogelijkheden om met het thema ‘vrijheid’ aan de slag te gaan, alvorens erover te filosoferen, zoals:

Woordspin: de gespreksleider zet het woord ‘vrijheid’ op het bord, zet een cirkel er omheen en vraagt aan de deelnemers: ‘Wat is vrijheid?’. Hij/zij nodigt de deelnemers uit om eigenschappen/kenmerken van vrijheid op te noemen en schrijft ze op.

Schrijfopdracht: Schrijf een verhaaltje, essay of een gedicht over vrijheid. Eventueel aanvullend: bij het schrijven houden de deelnemers rekening met de eigenschappen van vrijheid die bij het woordspin op het bord stonden.

Zoekopdracht: Zoek in kranten, tijdschriften of andere publicaties (Internet, boeken) een voorbeeld van ‘hier ligt voor mij de grens’. Waar houdt vrijheid op en gaat het over in shockeren van, of verantwoording voor de ander?

De Tweede Wereldoorlog, dodenherdenkingsdag en/of bevrijdingsdag.

Mogelijke start- en/of hulpvragen voor een filosofisch gesprek over ‘vrijheid’:
Wat is vrijheid? Wat betekent vrijheid voor jou? Waarom zou je vrij willen zijn?
Waar bevinden zich de grenzen van onze vrijheid?
Welke soorten vrijheid kunnen we van elkaar onderscheiden?
Wanneer ben je werkelijk vrij? Wanneer weet je zeker dat je vrij bent?
Zijn er mensen die niets om vrijheid geven? Kan je je vrij voelen in gevangenschap?
Hoe kan iemand zichzelf van zijn eigen vrijheid beroven?
Hoe zou het zijn als je jezelf nooit vrij voelde?
Hoe zou het zijn als je altijd maar mocht doen en laten wat je wilde?
Hoe zou de wereld eruit zien zonder wetten en regels?
Zouden dieren vrij willen zijn? Is de dierentuin een dierengevangenis?
Wat is de invloed van jouw familie op jouw vrijheidsbeleving?
Wat heeft je geweten met vrijheid te maken? En je karakter?
Wat heeft ‘jezelf zijn’ met vrijheid te maken?
Wat heeft je lichaam, gezondheid of je leeftijd met vrijheid te maken?
Wat heeft toeval of het lot met vrijheid te maken?
Wat heeft eerlijkheid of betrouwbaarheid met vrijheid te maken?
Wat heeft school of werk met vrijheid te maken?
Wat heeft geluk met vrijheid te maken? Wat heeft liefde met vrijheid te maken?
Wat heeft macht met vrijheid te maken? En democratie? En gelijkwaardigheid?
Wat heeft angst met vrijheid te maken? Kun je bang zijn voor vrijheid?
Wat heeft spiritualiteit met vrijheid te maken? En religie?
Wat hebben hobby’s, interesses, ambities, talenten met vrijheid te maken?
Wat hebben waarden en normen met vrijheid te maken?
Wat hebben je gedachten met vrijheid te maken? Wat is vrijheid van denken?

Mogelijke vervolgopdrachten n.a.v. filosofische gesprekken over ‘vrijheid’:
Tekenopdracht: laat in een tekening of schilderij zien wat vrijheid voor jou betekent.
Beeldende vorming: bedenk hoe en met welke materialen je vrijheid kunt weergeven.
Schrijfopdracht (aanvullend): beschrijf de mooiste vorm van vrijheid in jouw leven.
Drama: bedenk een opvoering waarin het duidelijk gaat om ‘echte vrijheid’ (& uitvoeren).