Boekverslag Epictetus’ Encheiridion

Encheiridion (‘ponjaard’ of ‘datgene wat men bij de hand heeft’) is een handboek of handleiding (cheir in het Grieks betekent hand) dat citaten bevat van de Stoïcijnse filosoof Epictetus, die leefde van 50 tot circa 120 n. Chr..

De school der Stoïcijnen is omstreeks 300 v. Chr. door Zeno te Athene gesticht. De Stoïcijnen leggen vooral de nadruk op de eenheid van de schepping en die van de menselijke ziel (of Natuur). Het Universum is geordend en ontwikkelt zich volgens wetten. Het Universum is als het ware de gemanifesteerde substantie van God. God is tevens de hoogste Rede en de menselijke ziel is een directe uitdrukking daarvan. Vandaar het voortdurend onderstrepen van de noodzaak voor de mens die zich wenst te ontwikkelen om te leven overeenkomstig zijn eigen (Goddelijke) Natuur. De Natuur is in wezen goed en haar oorspronkelijke wens is de waarheid te kennen en te dienen in iedere situatie.

Epictetus heeft zelf geen enkel geschrift nagelaten. Arrianus, een leerling en bewonderaar van Epictetus, verzamelde deze citaten. Het handboekje bevat praktische adviezen, gebaseerd op Epictetus’ leer die de mens helpt zich te ontwikkelen en te leven volgens zijn ware natuur. Epictetus hield zich vooral bezig met de dagelijkse praktijk van het leven. Zijn aanwijzingen zijn dan ook dikwijls uiterst praktisch en direct toe te passen, ook voor de hedendaagse mens. Vragen over de onsterfelijkheid van de ziel worden door hem nauwelijks aangeroerd, maar hij verwijst regelmatig naar Socrates als de meest voortreffelijke filosoof. Men kan wel zeggen dat Epictetus een zeer aparte plaats onder de filosofen inneemt. Zelfs de Christelijke kerkvaders zoals Johannes Chrysostomus, Augustinus en Origenus prijzen zijn wijsheid en zijn Godsvrucht. Men zou Epictetus tevens als realist kunnen beschouwen: voortdurend komt hij terug op het nutteloze van ‘het tegen windmolens vechten’. Feiten zijn als feiten niet te veranderen, dat is hun realiteit. Wat kan veranderen zijn onze meningen omtrent de feiten en onze wijze van observeren. Deze gedachte, gekoppeld aan de kennis van de Goddelijke en de onsterfelijke oorsprong van de mens en van zijn Natuur, maakt Epictetus tot een blijvend lichtbaken van het menselijk denken. De volgende uitspraak geeft de essentie van Epictetus’ denken goed weer:

‘Geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt en de wijsheid tussen die twee onderscheid te maken’

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het eerste citaat in Encheiridion die essentie wordt verduidelijkt:

Van al het bestaande hebben wij sommige dingen in onze macht. Andere niet. In onze macht hebben wij onze meningen, ons streven, onze begeerte en afkeer. Al deze dingen kunnen wij zelf bewerkstelligen. Het lichaam hebben wij niet in onze macht. Ook bezit niet of aanzien en ambten. Kortom, alles wat niet ons eigen werk is. Weet, dat de dingen die wij in onze macht hebben van nature vrij zijn. Zij kunnen niet gehinderd of belemmerd worden. Doch datgene wat wij niet in onze macht hebben, is krachteloos, onderworpen, vol belemmeringen en vreemd aan ons wezen. Als ge meent dat iets wat van nature onderworpen is, vrij is en dat iets wat van een ander is, uzelf toebehoort, zult ge veel hinder ondervinden, ge zult klagen, in verwarring worden gebracht en goden en mensen verwijten maken. Maar als ge weet dat alleen het uwe van u is en dat hetgeen van een ander is, ook werkelijk aan een ander toebehoort, dan zal niemand u ooit ergens toe dwingen, niemand zal u hinderen, ge zult niemand verwijten maken, ge zult niemand aanklagen, ge zult niets doen tegen uw wil, een vijand zult ge niet hebben, niemand zal u schaden, want iets schadelijks zult ge niet ondervinden. Wanneer ge nu deze verheven dingen nastreeft, bedenk dan wel dat het niet mogelijk is dit doel met geringe inspanning te bereiken, maar dat het nodig is sommige dingen geheel en al op te geven en andere tot een later tijdstip uit te stellen.

Als ge naast deze dingen tevens ambten en rijkdom begeert, dan kan het gebeuren dat ge zelfs deze ambten en rijkdom niet zult verkrijgen, omdat ge ook het eerste doel nastreeft. En ongetwijfeld zult ge dan het eerste, verheven doel, het enige dat vrijheid en geluk brengt, niet bereiken. Oefen u daarom van het begin af aan bij ieder onaangenaam verschijnsel te zeggen: ‘Het is slechts een verbeelding en helemaal niet de zaak zelf.’ Onderzoek dit verschijnsel vervolgens en maak onderscheid met de maatstaven die ge hebt en waarvan de eerste en belangrijkste is: of het iets is wat behoort tot de dingen die in onze macht liggen of niet. En als het iets is wat niet in onze macht ligt, laat dan het antwoord vanzelfsprekend zijn: ‘Voor mij heeft het geen betekenis’.

Aan de hand van bovenstaande tekst kunnen diverse geschikte uitgangsvragen worden geformuleerd voor mooie filosofische gesprekken. Het woord is aan u! Encheiridion kunt u downloaden op de volgende link:

https://www.arsfloreat.nl/documents/Encheiridion.pdf