Verslag bijeenkomst over zingeving en waardencommunicatie met minister Bussemaker en anderen

Op zaterdagmiddag 25 mei 2013 gaf minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker in de Rode Hoed in Amsterdam een toespraak over het thema ‘Zingeving en waardencommunicatie op school’. Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing (PvdA) en Eerste Kamerlid Ruard Ganzevoort (GroenLinks) reageerden op haar toespraak. Aan de paneldiscussie nam ook Kees Waagmeester deel, die de middag kreeg aangeboden bij zijn afscheid als secretaris van de Vereniging Zingeving.net. Stichting Leren Filosoferen was  er bij.

Minister Jet Bussemaker Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing (PvdA) Eerste Kamerlid Ruard Ganzevoort (GroenLinks)) Kees Waagmeester, scheidend secretaris Zingeving.net
 Jet Bussemaker    Tanja Jadnanansing    Ruard Ganzevoort    Kees Waagmeester

Minister Jet Bussemaker benadrukte in haar toespraak het grote belang van waardenontwikkeling en waardencommunicatie op school. Het is volgens haar cruciaal dat kinderen en jongeren goed worden toegerust om richting aan hun leven te kunnen geven. Tot de basiskennis van elke burger behoort dat er veel verschillende levensovertuigingen bestaan. Al in het basisonderwijs moeten leerlingen dit inzicht kunnen verwerven. Hierbij refereerde de minister aan het boek van filosofe Martha Nussbaum Not for profit, waarin de plaats van filosofie/filosoferen en liberal arts in het onderwijs helder wordt beschreven.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAOnderwijzend personeel dient waarden en levensvragen open klas te bespreken op basis van feitelijke  ervaringen en verwondering. Daarbij erkende de minister de school als een centrale plek in de samenleving voor waardenontwikkeling, burgerschapsvorming en gemeenschapsvorming. En ouders zouden er volgens haar goed aan doen hun kinderen zoveel mogelijk op gemengde scholen te plaatsen, waar kinderen veel van elkaars cultuur en levensovertuiging kunnen leren. “Zorg ervoor dat u uw kinderen niet alleen met uw eigen waarden in contact laat komen”.

Ook op sportverenigingen, muziekscholen en tijdens andere naschoolse activiteiten zouden we kunnen en moeten werken aan meer wederzijds begrip  en respect. Hoezeer dat nodig is, illustreerde Bussemaker met vele voorbeelden. Zo  beschouwt 25% van de leerlingen in Amsterdam  de aanwezigheid van homoseksuelen in hun klas als een probleem. Een veilige school creëer je dus niet alleen op school.

De rol van de leerkracht in het zingevingsproces op school is volgens de minister cruciaal. Versterking van de lerarenopleidingen op het niveau van cultuureducatie is noodzakelijk.  Leerkrachten in spe moeten tijdens hun opleiding enerzijds inhoudelijk met identiteitsvragen aan de slag; anderzijds moeten zowel nieuwe als reeds langer werkzame leerkrachten vaardigheden ontwikkelen om in de klas levensvragen te bespreken en bij verschillende vakken waardenthema’s aan de orde te stellen. Vragen van kinderen over God, de dood en oorlog moeten volgens Bussemaker bespreekbaar zijn in de klas. Ze refereerde aan de onverminderd urgente pestproblematiek en aan de recente gebeurtenissen rondom Ruben en Julian. In de klas moet ruimte gecreëerd worden om de vraag Waarom doen mensen de dingen doen die ze doen? met elkaar te bespreken.

Op de vraag of in de opleiding en nascholing van leerkrachten veel meer aandacht moet worden besteed aan hoe in de klas over levensbeschouwelijke vragen te communiceren, antwoordde de minister: ‘Het is de verantwoordelijkheid van de school hoe je waarden bespreekbaar maakt en ontwikkelt.’ Daarbij benadrukte ze hoe lastig het is voor de onderwijsinspectie om dit aspect kwalitatief te controleren. Scholen zouden de inspectie moeten overtuigen van hun visie en aanpak inzake waardenontwikkeling.

Tanja Jadnanansing (Tweede Kamerlid, woordvoerder onderwijs PvdA) benadrukte in haar reactie dat jongeren gelijkwaardig behandeld moeten worden en op school ruimte moeten krijgen om hun levensovertuiging met elkaar te delen. Ze heeft dit zelf ervaren in haar jeugd op een Hindoeschool in Paramaribo. Haar meester Satu, zelf Hindoe, stimuleerde zijn leerlingen om zelf na te denken over de verschillende religies, waarbij het stellen van de juiste vragen en het leren van elkaar centraal stond. Op die manier ontdekten de leerlingen na verloop van tijd  kernvragen en overeenkomsten in de verschillende levensovertuigingen. Verder vertelde mevrouw Jadnanansing gepassioneerd over haar wekelijkse bijeenkomsten met schoolgaande jongeren, waarbij onder het genot van pizzapunten talloze vragen worden besproken, uiteenlopend over de kwaliteit van het onderwijs (Wat gaat er goed, hoe kan het beter?) tot de meest fundamentele levensvragen zoals Wie ben ik? En Hoe schitterend kan ik zijn?

Ruard Ganzevoort (Eerste Kamerlid voor Groen Links en hoogleraar pastorale en praktische theologie aan de Vrije Universiteit) begon zijn betoog met de stelling dat er in ons onderwijs te veel technocratische oplossingen en criteria worden bedacht en opgelegd. Deze protocollisering betreft slechts het randje ofwel de buitenkant van het onderwijs. We moeten voorkomen dat scholen zich technocratisch gaan organiseren. De binnenkant van het onderwijs is veel belangrijker, vooral het gezamenlijk nadenken over ethische vragen zoals Hoe zou je het goede leven kunnen vormgeven? en Waar droom je van? Het gezamenlijk zoeken naar antwoorden op dat soort vragen levert relaties en verbanden op – tussen vakgebieden én tussen leerlingen. Dergelijke verbanden vormen de binnenkant van ons onderwijs, en die zijn volgens Ganzevoort niet te meten. Naast de noodzakelijke kennis en vaardigheden benadrukte de hoogleraar het belang van cultuureducatie en het nemen van verantwoordelijkheid voor jezelf en de wereld. Hierbij ging hij dieper in op de betekenis van zingeving. In plaats van zingeving heeft Ganzevoort het liever over de vraag ‘Wat geeft mijn leven zin?’. Hierbij kan je op vijf niveaus tot zingeving te komen: allereerst gaat het om zintuiglijke prikkels, en vervolgens om ergens zin in te hebben, in het uiten van vitaliteit. Daarna speelt verbondenheid, ofwel het zoeken naar samenhang een cruciale rol. Dan volgt betekenisgeving: heeft iets zin? en uiteindelijk kan ook de vraag naar de zin van het leven onderzocht worden. Aan het einde van zijn toespraak besteedde de heer Ganzevoort aandacht aan de verschillende soorten leerkrachten die al dan niet zijn  toegerust om levensvragen in de klas te bespreken, verbanden te (laten) leggen en leerlingen uit te dagen.

Kees Waagmeester benadrukte in de paneldiscussie onder leiding van Marleen Barth dat inzicht in de noodzaak van zingeving op school niet volstaat: het gaat allereerst om de vraag hoe te bewerkstelligen dat scholen er überhaupt meer mee aan de slag gaan en vervolgens om de vraag hoe ze daarin het beste te ondersteunen. Uit de vele vragen en suggesties die hierop volgden, werd op zijn minst duidelijk dat de veelvormigheid van het onderwijs in Nederland gepaard gaat met een breed scala aan benaderingen en methodes. Jet Bussemaker bleef benadrukken dat scholen uiteindelijk zelf verantwoordelijk blijven voor de vraag hoe ze waardencommunicatie vormgeven.

Stichting Leren Filosoferen traint onderwijzend personeel in het leiden van filosofische gesprekken met behulp van de socratische methode. Leerlingen ontwikkelen waarden in inhoudelijke vrijheid. De resultaten zijn concreet en desgewenst eenvoudig te delen met ouders, bestuurders en andere betrokkenen. Meer weten? info@lerenfilosoferen.nl, 0251-253824.